Sinterklaas

De overburen hadden eigenlijk allang besloten dat Sinterklaas dit jaar niet gevierd zou worden. Het gedonder met gedichten en surprises, die je met een strakke grijns moest accepteren, waren ze meer dan zat. Het was de leeftijd. Ze werden moe.
     Jammer dat schoonzoon drie weken voor het feest verkondigde dat hij in elk stadje een schatje had. Zodoende woonden dochter en aanstaande ex-schoonzoon opeens gescheiden van tafel en bed. Voor schoonzoon kwam het er in praktijk op neer dat hij voornamelijk gescheiden van zijn zoon leefde.

Goede raad was logisch. Dochter en kleinzoon zouden het feest toch komen vieren bij de overburen, omdat het ook allemaal zo sneu was. Nu er toch eenmaal gevierd werd, was de overbuurvrouw zo ondernemend geweest een heuse Sinterklaas te bestellen, compleet met Zwarte Piet. Want die zijn gewoon te huur.
     Uit een beduimelde telefoongids had ze een nummer opgeduikeld van een echtpaar met veel ervaring en de transactie was snel rond geweest. Sint was zo attent geweest enige wetenswaardigheden over de kleinzoon los te wurmen van de overbuurvrouw. Na een laatste belofte door Sint, om vader vooral niet te noemen, was de zaaak definitief beklonken.

Ik zat op de bewuste dag in december voor het raam wat te lezen, en had dochter en kleinzoon allang zien arriveren, toen er een Peugeot 106 mijn beeld binnensuisde. Er werd zeer krachtig geremd. Ik schoot in de lach, want er vloog een mijter tegen de voorruit, die haastig werd weggegrist.
     De deur aan passagierszijde vloog open en er rolde een Zwarte Piet uit van zó’n omvang, dat ik mij voornam me eens te verdiepen in de binnenruimte van een Peugeot 106. Het bleek snel dat Piet niet wegens lenigheid uit de auto rolde. De gestalte, die nu op de knieën naast de auto zat, was van hoge leeftijd en werd bijeengehouden door korset en orthopedisch schoeisel.
     Sint had het uitstappen met lede ogen aangezien en snelde te hulp.

Voor het raam was kleinzoon verschenen en wees onthutst naar Sint. Ik zag nu ook dat de beste man vergeten was de mijter weer op te zetten, die kort te voren nog door de auto rolde. Door het toesnellen, om Zwarte Piet overeind te helpen, was de pruik naar voren geschoven en was er een brede rand donker hoofdhaar verschenen.
    Sint kreeg het zelf ook in de gaten en dook de auto weer in. Met een rood hoofd verscheen hij weer, maar zette de mijter achterstevoren op het hoofd, zodat Piet eraan te pas kwam om hem te helpen, waarbij de buitensporig zware boezem van Piet nog behoorlijk in de weg zat.

De overbuurman stond inmiddels in de deuropening en zag dit alles met zeer lede ogen aan. Je zag hem het gedonder met een huilende dochter eerder die middag en “Nu dít weer” behoorlijk aan. Gelaten drukte hij het bejaarde echtpaar de hand. Leeftijdgenoten, die maar wat graag ongehinderd rokend op een bankje in het zonnetje wilden zitten, voorzichtig nippend aan een oude klare.

De deur sloeg dicht en ik nam het boek weer ter hand, de glimlach nog naijlend op mijn gezicht.

Een half uur later ging de deur weer open. Het bejaarde echtpaar verscheen weer in de deuropening, samen met de overbuurman. Er werden weer ernstig handen geschud. Schoondochter en kleinzoon stonden rood bekoond voor het raam.
     Bij het instappen vergat Sint de mijter weer, zodat de dakrand van de Peugeot 106 het hoofddeksel keurig de goot intikte. Opnieuw was de schrik erg groot achter het raam van de woonkamer. De overbuurman bukte zich en stak de mijter gemelijk door het raampje. Sint legde het geval maar achter de voorruit.

Met een straal gas, die de Peugeot 106 makkelijk in een keer thuis had kunnen brengen, wou Sint wegrijden, maar vergat blijkbaar de koppeling op te laten komen want de auto bleef gewoon staan. Sint vond het stuur ook wat te vochtig en poogde met zijn rode mouw het euvel te verhelpen. Daarna ging hij even alle knopjes bij langs, zodat alle lampen aanflitsten en de ruitenwissers heen en weer gingen. Zwarte Piet keek tijdens dit alles bewegingsloos vooruit.
     Na een laatste gasstoot kroop de Peugeot 106 langzaam van de plek. Sint en Piet zwaaiden nog vrolijk.

Maar de voordeur zat al secuur dicht en schoondochter had zoonlief schielijk op de bank getrokken, om verdere taferelen aan de gelovige te onttrekken.
     Sint en Piet keken verloren om zich heen. Toen zagen ze mij. Lachend. De afscheidsgroet viel nu mij ten deel. Ik zwaaide hartelijk terug.

Dag Sinterklaasje. Daag. Daag, Zwarte Piet.

 

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>