Toen alle lichten uit waren in Het Paleis en de zware voetstappen achter de deur waren verdwenen keek Tim voorzichtig op. Heel voorzichtig tilde hij zijn hoofd op. Vorige week had het geleken of de Wachter weg was gegaan en had Milano opgekeken. Het was de blonde Wachter geweest. Die had gedaan of hij wegging, maar had zich verstopt in de nis bij de deur. Milano was direct meegenomen. Opkijken was een overtreding. Morgen zouden ze hem wel terugzien. Afgeranseld. Milano zou een paar weken niks zeggen.
De slaapzaal was muisstil. Tim keek langs de bedden. Hij zag de dekens regelmatig op en neer gaan, maar wist bijna zeker dat nog niemand sliep. Nog maar drie uur geleden was Bert meegenomen, om naar huis te gaan. Je voelde het al een paar dagen aankomen. Bert herkende niemand meer en liep apathisch over de afdeling. Een sliertje speeksel droop constant uit zijn geopende mond, een natte plek achterlatend op de boord van zijn shirt. Hij plaste ook in bed.
Ze zeiden dat het kwam van de pillen, die ze drie keer per dag kregen. Bij elke maaltijd een. Maarten had een keer zijn pil verstopt en dat leek de grootste zonde te zijn in Het Paleis. De blonde Wachter had hem voor de tafels in de eetzaal met een stok afgeranseld tot Maarten stil was. Daarna hadden ze Maarten niet meer gezien. Hij was versneld naar huis gestuurd.
Tim ging heel voorzichtig op zijn buik liggen. Hij had geen zin om risico te lopen. Hij dacht opeens aan zijn moeder en een grote traan rolde langs zijn wang. Hij zette alles op alles om niet in snikken uit te barsten. Hij begroef zijn hoofd heel diep in het kussen en hield met volle kracht de smoezelige lakens vast. Naast hem zei Chris heel zachtjes “Sssst” en hij hield snel zijn adem in, net zolang tot de snikken weggingen.
Hij miste haar zo. Hij had haar wel geschreven maar nog niets van haar gehoord. Hij hoopte maar dat als hij schoon was dat hij niet zo’n verdriet meer zou hebben. Ze zeiden dat als je schoon was nergens meer verdriet om zou hebben. Hij had gehoord over schone kinderen die niet eens meer wisten wie hun moeder was. Die moesten helemaal opnieuw beginnen met leven, zeiden ze. Hij wist niet meer hoe hij dat gehoord had. Je wist nooit hoe verhalen de wereld in kwamen. Iemand begon er mee en voor je het wist was het een publiek geheim.
Hij dacht aan de avond dat hij naar Het Paleis gebracht was. Hij was geblinddoekt aangekomen, want de locatie van Het Paleis was zeer geheim. Zelfs de Raad van Regenten mocht niet weten waar Het Paleis was. Angstig had hij opgekeken naar de grote, statige gevel met gouden ornamenten, die vechtende leeuwen moesten voorstellen.
Hij was al jarenlang vies gemaakt door oom Albert, de oom die bij hem en zijn ouders inwoonde om de hoge huurlasten te drukken. Hij was nog erg klein geweest toen oom Albert hem voor het eerst vies had gemaakt. Brrr, als hij aan oom Albert dacht kon hij hem gelijk ruiken, met zijn zurige zweetlucht en zijn hijgende adem. Hij voelde het gewicht van oom Albert op zich drukken en de pijn van achteren. Tim ging onvoorzichtig snel weer op zijn rug liggen.
De dag dat hij was meegenomen door de Wachters was er iets geknapt bij hem. Toen oom Albert weer bij hem in bed kroop had hij de pen van het nachtkastje gepakt en hem met alle kracht die hij in zich had in het hoofd van oom Albert geplant. Bloed spatte hem in het gezicht en de oerbrul van oom Albert had hem bijna doof gemaakt. Hij was de deur uitgerend met een maaiende oom Albert achter zich aan. Zó in de armen van twee Wachters. Gloeiende pech.
Ja, ze zeiden dat je eigenlijk geluk had als je meegenomen werd door de Wachters. Omdat je dan werd schoongemaakt. En als je schoon genoeg was je dan gewoon weer naar huis mocht. Maar iets zei hem dat hij voorzichtig moest zijn. Goed, hij was per direct van oom Albert af. Maar je wist het niet met die Wachters. Ze waren overal, maar op straat kon je ze niet herkennen. Ze zagen er heel gewoon uit. Dat was natuurlijk omdat Het Paleis geheim was. Tim dacht zelfs dat Het Paleis eigenlijk verboden was door de Raad van Regenten. Daarom was hij ook wel bang.
De Wachters waren ook streng. Ze sloegen ook. Ze sloegen zeker als je je niet aan de regels hield. Het eten was vies en je kreeg weinig. Maar goed, veel had hij thuis ook niet gekregen.
Er waren alleen maar vieze kinderen in Het Paleis. Jongens en meisjes. Apart op slaapzalen. De meesten hadden gewoon ouders. Die mochten ze dan een brief sturen hoe het ging.
Allemaal waren ze vies gemaakt. De meesten waren bloot vies gemaakt, net zoals Tim zelf. Meestal door hun vader. Of een oom. Of een lid van de Geestelijke Orde. Als je vies gemaakt was mocht je daar niet over spreken. Anders kreeg je familie een boete en mocht je nooit meer naar school. Daarom brachten ouders vaak zelf hun kinderen naar Het Paleis. Om ze schoon te laten maken. Dan was je er maar vanaf. De meeste kinderen zaten bij elkaar, op Afdeling S. Tim hoopte dat hij heel schoon zou worden.
Maar sommigen waren anders vies gemaakt. De kinderen van Afdeling G. Die hadden vreemde poep. Er zaten dan plastic balletjes in. Die kinderen kwamen soms ook heel ziek in Het Paleis aan. Tim vond dat poepverhaal erg bizar en keek soms snel achterom in de toiletpot als hij was geweest. Maar gelukkig zag hij steeds een normale keutel.
Andere kinderen van Afdeling G hadden met een pistool geschoten en andere mensen doodgemaakt. En sommigen waren gewoon vies door heel veel blauwe plekken en bloed. Die kinderen zeiden nooit iets en kwamen al net zo apathisch binnen als Bert vandaag was weggegaan. Daar zouden de pillen wel niet bij helpen, dacht Tim.
Hij draaide op zijn zij. Hij voelde zich opeens erg misselijk. De vloer van de slaapzaal ging even heen en weer en een zwart vlekje verscheen aan het plafond. Tim wreef zich in zijn ogen, maar toen hij weer opkeek was het vlekje veel groter geworden. Het groeide en groeide tot er een grote zwarte draaikolk verscheen. De punt van de draaikolk bleef boven zijn hoofd zweven. Tim dacht dat hij schreeuwde, maar hij hoorde zichzelf niet. Hij dacht weer aan oom Alfred. Adolf. Oom, nee, wacht! Zijn moeder. Hij dacht aan zijn moeder. Moeder! Hij probeerde haar gezicht weer voor de geest te halen maar hoe hij ook vocht, hij kon zich haar lieve blik niet herinneren. Haar blauwe ogen! Bruin! Blauw! Haar…
Hij voelde het zweet opkomen en gooide wild de dekens af. Een langgerekt krijs kwam uit zijn keel en hij viel uit bed. Kruipend over de grond zag hij de andere jongens allemaal opstaan. Hij kende er niet een van! Hij werd nog banger en begon te rennen, maar viel languit op een bed van een andere jongen.
Hij keek achterom. Alle jongens stonden in een rij naar hem te kijken. Hij trilde over zijn hele lichaam en schreeuwde onverstaanbare klanken de slaapzaal in. De gezichten van de jongens vervormden en hij zag dat het eigenlijk monsters waren met holle ogen en bloederige tanden!
Tim rende in blinde paniek naar de uitgang van de slaapzaal. Net voordat hij er was vloog de deur open en verschenen twee Wachters die hem in een ruk door het gat van de deur trokken. Alle jongens stoven uiteen en binnen drie seconden lag iedereen weer in zijn bed. Er heerste een onnatuurlijke stilte in de slaapzaal toen de Wachter beheerst de deur sloot. Het geluid van de kermende Tim verstomde alsof er een schakelaar werd omgezet. Even later sloeg in de verte een zware metalen deur met een dreun in het slot.