“Huh, hoe laat is het?”
“Hmmm.”
De man stoot zijn voet aan het bed.
“Au!”
“Hmmm, huh?”
“Oooh, au. Ik stoot mijn voet.”
“Hm, hou eens op. Ik wil slapen.”
“Ja nou, dat doet zeer man. Hoe laat is het dan?”
“Hmm orf, mwawwag.”
“Ach, stik.”
De man reikt naar de wekker, maar het is zo donker dat hij per ongeluk het apparaat op een verkeerde manier beroert. Plotseling gaat er een luid alarm af.
De vrouw zit krijsend rechtop in bed. Het kind in de kamer ernaast vangt aan met zeurderig huilen. Wild graait de man naar de wekker, die vervolgens naast het bed belandt in de po van het kind. De bedomptheid in de kamer is gelijk verklaard. Een luide plons verraadt een hoge nood gisteravond.
Er komt nog een laatste vertwijfelde alarmtoon, die eindigt in reutelend gejank. Dan is het stil. Na een laatste snik slaapt het kind gewoon weer verder gelukkig. De vrouw zit nog rechtop en staart naar de man met al het hoofdhaar richting twaalf uur.
“Waar ben je mee bezig man! Ik schrik me helemaal kapot! Doe nou eens normaal! Je maakt iedereen wakker!”
“Ja, ik stootte mijn voet en toen wou ik weten hoe laat het was.”
“Tuurlijk, om drie uur ’s nachts doet dat ook érg zeer, anders niet.”
“Is het nog maar drie uur?”
“Och jij bent echt onmogelijk!”
De vrouw gaat weer liggen, met de rug naar de man toe.
“Och, ‘k weetniet. Onmogelijk vind ik mezelf niet. Nou we toch wakker zijn wil ik wel een kusje bijvoorbeeld.”
“Nee, ik wil slapen. En ik heb rugpijn. Bovendien stink je uit je mond.”
“Stink ik uit mijn mond?”
“Ja. We moeten eerst onze tanden poetsen als we gaan vrijen, anders vind ik het vies. En ik ga nu geen tanden poetsen, middenin de nacht. Je krijgt dus geen kusje en we gaan dus slapen.”
“Nou dan geef je me toch geen kusje, dan kom je lekker bij me liggen.”
“Nee hoor, ik heb rugpijn zeg ik toch. Bovendien ben je veel te zwaar de laatste tijd.”
“Dus ik stink én ik ben te zwaar?”
“Ja, eigenlijk wel.”
“O.”
“Ja nou, je begrijpt me toch wel. ’s Nachts stinken we naar het bed en bovendien heb ik rugpijn en ben jij heel zwaar. En ik ben morgen de hele dag onderweg met vergaderingen. Snap dat dan. Hè, hou nou es op. Bovendien was Job net al een beetje wakker en die moet morgen de hele dag naar de crèche.”
“Ja, ja. Dat is ook zo. Dan kunnen we beter weer gaan slapen dus.”
“Ja, welterusten.”
“Ja, welterusten.”
De stilte keert weer. De man en de vrouw liggen met de rug naar elkaar toe in bed en slapen vrijwel gelijk in. De wekker ligt nog steeds in het potje en geeft nog een zwak schijnsel af. Een bizar nachtlampje, dat langzaam uitgaat.

Woeha! *zichzelf opraapt*
Geweldig!
Dit pleit toch echt voor een wekker met een stekker. Beperkt de gooistraal.