Mevrouw Timmer ligt al lange tijd op bed. Een bed in de woonkamer, wel te verstaan. Met een privé verpleegster ernaast. Dat kan bij mevrouw Timmer. Ondanks haar ziekte, die lichaam en geest slopen, is haar banksaldo namelijk goed gezond.
Als ik haar, als nieuwe bovenbuurman, aarzelend de hand druk knijp ik zacht in een stapeltje broze botjes. Haar hand voelt een beetje aan als een mager kippenpootje. Snel laat ik weer los. Mevrouw Timmer wendt het hoofd even in mijn richting en uit haar altijd geopende mond komt een zacht gesteun. Ik ervaar het als een begroeting en na wat formaliteiten uitgewisseld te hebben met de privé verpleegster neem ik afscheid.
Als ik nog eenmaal omkijk speelt er een wazig lachje om de lippen van mevrouw Timmer. Ze danst als klein meisje op Charleston muziek in een tuin vol bruingele herfst en haar zijden jurkje danst in de wind.
Bij de deur houdt de verpleegster mij tegen. Dat gaat vrij gemakkelijk, gezien haar omvangrijke gestalte. Ze duwt me een briefje in de hand, dat ik schaapachtig aanneem.
”Hier hebt u mijn telefoonnummer. Zou u dat willen bellen als er iets is met mevrouw Timmer? We waren dat zo gewend bij de vorige bewoner, wilt u dat ook doen? Ze is al vijfentachtig! ‘s Avonds en ‘s nachts ben ik niet aanwezig ziet u, dan ben ik gewoon thuis. Twee maal per nacht komt de wijkverpleging langs.”
Misschien is het banksaldo toch minder toereikend dan ik aanvankelijk dacht. Maar ik word gestoord in mijn overpeinzing, doordat er een ongearticuleerde schreeuw uit de woonkamer komt. De verpleegster spoedt weg en na een haastige groet trek ik de voordeur achter me in het slot.
‘s Nachts ervaar ik wat het betekent als de wijkverpleging twee keer langskomt. Zware voeten in kloeke steunschoenen dreunen door het trappenhuis en de voordeur zit pas goed dicht na een krachtige klap, waardoor ik rechtop in bed zit. Ik vind mevrouw Timmer dan even wat minder aardig.
Een week later kijk ik ‘s avonds, liggend op de bank, naar een televisiespelletje. Plotseling galmt een andere zender zó hard door mijn programma heen dat ik het journaal letterlijk kan verstaan. Ik ga op onderzoek uit en al snel ontdek ik dat de allesomvattende herrie uit de woning van mevrouw Timmer komt. Horen en zien vergaan. Het geluid van de TV staat op maximaal en het vervormde geschreeuw vult het trappenhuis. Ik bel aan. Geen reactie. Nog eens. Dan klinkt een afgrijselijke, langgerekte gil.
Met twee treden tegelijk ren ik de trappen op. Ik kan het telefoonnummer van de verpleegster niet vinden en bel het beter in het geheugen liggende 112. Ze zullen snel komen beloven ze en tot mijn verassing kennen ze mevrouw Timmer. Als een agent op de stoep staat is er ook al een wijkverpleegster aanwezig met een sleutel. Het televisiegeluid verstomd zo snel dat er een echo in het portaal blijft hangen.
”Mevrouw Timmer was bang,” vertelt de wijkverpleegster even later. Haar verzorgster heeft vanmiddag haar bed verplaatst en nu dacht ze dat er iemand in huis was.”
Ik vind het een zeer knappe prestatie dat iemand dat verhaal kan onttrekken aan mevrouw Timmer.
”Is het wel verstandig dat mevrouw Timmer alleen is ‘s nachts?” probeer ik voorzichtig. Maar dat is tegen het zere been.
”Ach meneer, vertelt u dat aan mevrouw Timmer, of aan haar verzorgster. Mevrouw heeft geld, ziet u,” waarbij ze het internationale gebaar maakt door duim en wijsvinger tegen elkaar te wrijven.
”Ze schijnt absoluut niet naar een verzorgingshuis te willen. En mevrouw de verzorgster verdient ook leuk zo, die vindt het wel best. Daarom kunnen wij geregeld opdraven midden in de nacht!”
En weg is ze, op naar de volgende patiënt.
Geld en zorg, onlosmakelijk verbonden. Maar op deze manier had ik er nog niet tegenaan gekeken. Mevrouw Timmer vegeterend op een bed, met haar hoofd in een eeuwig durende droom vol zachte krachten.
Als ik me in de weken erna instel op regelmatige nachtelijke avonturen blijkt mevrouw Timmer op een dag opeens te zijn overleden. In een recordtijd is de gehele woning geruimd.
Haar verre familie is blij met het geld. Want bij de laatste verzorging helpt geen enkele portemonnee.

http://gavimensch.blogspot.com/2012/02/leven-in-een-notendop-13.html
Hebben we het over dezelfde?