Mooi vroeg ben ik voor mijn afspraak. Desondanks staat de lift stampvol als ik instap.
“Goedemorgen”, groet ik monter, ochtendmens als ik ben.
Er komt weinig retour.
“Mogge”.
“Hoi”.
“Hmmm whadas”
Veel meer kan ik niet ontcijferen.
Een man duwt een aktentas hinderlijk in mijn bibs en de man wiens voorzijde ik tot op enige centimeters genaderd ben heeft een stevige vismaaltijd als ontbijt genuttigd. Het zuurstofgehalte daalt tot een absoluut minimum en kleine zweetdruppeltjes verschijnen op mijn voorhoofd.
Na doorwrocht collectief zwijgen stopt de lift op 5. De man helemaal achterin de lift moet er als eerste uit en moeizaam wringt hij zich langs de anderen, geen acht slaand op het feit dat hij vrij krachtig op mijn voet stapt. De man achter mij doet zijn aktentas omhoog om meer ruimte te maken en raakt mij hard op het achterhoofd, waardoor mijn bril op de grond valt.
“Nog een prettige dag”, zegt de man die de lift verlaat. Iedereen schuift weer terug in zijn oude positie en voor mij hoor ik een lichte krak. Ik druk de kin op de borst en zie onder mij mijn bril liggen, met een pootje los ernaast.
Ik begin te bukken om de bril te pakken en weer ontstaat er een enorm geschuif van mensen die innig met elkaar in aanraking komen. Ik sta inmiddels in een zeer vreemde gebukte positie ten op zichte van de man achter mij. Ik hoor geïrriteerd zuchten. Met een rood hoofd kom ik weer omhoog, de bril heb ik eindelijk te pakken.
De lift stopt op 8.
“Fijne dag”, zegt de man die de lift verlaat. Veel variatie in tekst heb je niet als liftganger.
“Werk ze”.
“Prettige dag”.
“Hmm wowwo”, zijn zo wat uitspraken die ik verneem op weg naar de volgende verdiepingen. Er zijn inmiddels genoeg mensen vertrokken, zodat we weer ruim in ons jasje zitten.
Er gaat een mobiele telefoon over.
”Ha Jan”, hoor ik, “De Proof of Concept heb ik opgestuurd en Haitinga-Sloots heeft bij voorbaat een Purchase Order laten aanmaken. Ik sta nu in de lift, maar ben zo bij je”.
Na deze verbale diarree haal ik krachtig mijn neus op. De vrouw tegenover mij kijkt mij even nurks aan en wendt de blik daarna snel omhoog. Er wordt veel omhoog gekeken in liften. Eindelijk mag ik eruit, we zijn op 12.
“Allemaal veel plezier vandaag!” schal ik, iets te hard. Maar dat valt niet goed. Geschokte en misprijzende blikken vallen mij ten deel. Nog net voordat de deur definitief dichtschuift laat ik gauw een wind.
Prettige dag verder.

Het lijken allemaal nette mensen in die lift, gezichtsbedrog? Jehad ook haast hersenschudding met die tas!
Oooh, Gerard, wat herken ik dit!! zeer vermakelijk geschreven…
Hoop trouwens wel dat je bril een 2e leven is ingeblazen? Degene die op je bril stapte, heeft ie daadwerkelijk niet het normenbesef dat hij/zij excuses aanbood en je gegevens wilde om reparatie o.i.d. te bekosten?!
Smakelijk gelachen, wel jammer van de bril! (Of was dat dichterlijke vrijheid
)