Mens en koekoek

Het vriest nogal en stampvoetend rijd ik in de auto van mijn vrouw. Het effect is dat de auto schoksgewijs over de weg stuitert, alsof het mijn eerste rijles is, inclusief rij-instructeur die betreurt dat het ontbijt bestond uit saucijzenbroodjes. Onwillekeurig kijk ik opzij, maar er zit niemand naast mij. Ik besluit het kougevoel anders te sublimeren, maar bedenk bijtijds dat het slaan met de armen een nog dramatischer effect op de weg zal hebben. Daarop zet ik het luidkeels op een zingen, om zo het lichaam nog enige warmte te laten produceren.

Het rijden kan slechts zeer langzaam omdat het zo glad is. Mijn overmatig gezang achter het stuur wordt opgemerkt door een heer met hoed, voorzien van bibberend hondje met geruit tuigje. De man staart mij met open mond na, zodat het net lijkt of hij met mij meezingt. Voor mij een gezellig begin van de dag.

Het is zondag en ik ben op weg naar mijn uitpandige zoons. Die zijn er veel tegenwoordig, uitpandige kinderen. Ja, ze waren er altijd al hoor, maar het worden er elk jaar meer. Sommigen mensen menen dat dat verschrikkelijk is. Maar het is iets heel natuurlijks. Neem zo’n koekoek nou. Ik bedoel niet de boer uit de Tweede Kamer of dat lullige beestje in de klok, maar de echte, die in bomen en struiken huist. Zo’n beest dumpt z’n kinderen gewoon in een ander nest. En omgangsregeling ho maar, hij kijkt er nooit meer naar om. Dan zijn wij mensen toch netter.

Vandaag heb ik dus omgang. Een fijn gevoel. Want het zijn beste knapen en zij houden ook zo van hun broertjes uit het nest thuis. Heel anders dan zo’n koekoeksjong, dat alle concurrenten het nest uitdondert. Mensenkinderen zijn zo mooi innovatief in het accepteren van nieuwe relaties. Ze worden geconfronteerd met vrienden, vriendinnen, stiefvaders en -moeders, half- en stiefbroers en -zussen en alle familie die daar weer bij hoort. Best ingewikkeld. Je kunt gaan kwartetten met familierelaties. Mag ik van jou uit de serie opa’s, stiefopa van moeders kant?

Zo’n kind plaatst dat best goed, vind ik. Volwassenen vinden het vaak lastiger. Hun voorkeuren en oppervlaktewaarden zijn sterker.

Door dit gepeins heb ik totaal niet opgelet in het verkeer, maar ik blijk toch gearriveerd te zijn. Ik stap omzichtig en zwaarlijvig uit de auto en richt me traag op.

Een sneeuwbal treft me keihard in het gelaat. Ik hoor lachende knapen, want zien kan ik niet meer. De bril zit nu ín het oog gemonteerd.

Toch niet zo gek, die koekoek, denk ik nog, als ik voorover stort.

 

Gepubliceerd op 03-05-2011 op http://www.hetpennetje.nl

6 Reacties op Mens en koekoek

  1. esther says:

    Dat einde, LOL!

  2. Wenz says:

    Hahaha, kwartetten met familierelaties! Tegenwoordig hebben we bijna allemaal zo’n door elkaar gehusseld pak kaarten aan de keukentafel zitten inderdaad!

    Is dat nu eigenlijk handig, zo’n in-het-oog-gemonteerde bril? Dank voor de glimlach op deze zondagochtend. :)

  3. Pierre says:

    Geweldig stuk Gerard! Zo heel soms heb ik ook koekoekneigingen, zeker nu er eentje aan het puberen geslagen is!

  4. Silvio says:

    Als je het leest zou je haast jaloers worden op de koekoek ha ha.

  5. Jacky Bruins says:

    geniet er van, de mooiste jaren komen nog….ja weet dan niet wat je overkomt..pubertjes-wijsneuzen. Ineen keer denk je dan aan een roodborstje!!!

  6. Aafje Punter says:

    Niks mis met die zogenaamde koekoekskinderen. Hou ze in ere!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>