Mijn zoon en ik lopen naar de plaatselijke supermarkt in het dorp. Bij het oversteken worden we ruw natgesputterd door een voorbijrazende Toyota Starlet, voorzien van oma met haast. Om onze ongewenste aanwezigheid te benadrukken toetert oma nog maar eens krachtig, gelukkig geen rekening houdend met het armzalig claxongeluid ener Toyota Starlet, zodat wij lachend verder lopen.
Eenmaal in de supermarkt botst mijn zoon, met een mini-uitvoering van een winkelwagen, krachtig tegen de hakken van een personeelslid dat voorovergebogen en met rood hoofd pakken koffie staat te stapelen. Door de dreun roept de jongen “Au”, en er vallen enige pakken koffie omver.
“Dat was érg leuk jongen”, zegt het jongmens tegen mijn zoon, die hem even verdwaasd aankijkt en dan met mij verderloopt. Ik zeg in het geheel niets, wachtend op wat er komen gaat, en dat is snel.
“Hij liegt”, is de simpele conclusie.
“Want hij is boos”, komt er nog achteraan.
“En die mevrouw in de auto was óók boos”, dreunt hij als troef op tafel. En hij begint te neuriën: “Hij is boos, zij is boos, boos, lalalala”.
Thuis valt mijn oog ‘s middags op een aankondiging van “Anne Frank, the Musical“. “Je Anne“, of zoiets. Ik leun even achterover. Anne Frank. The Musical. Anne Frank. Oorlog. Pijn. Angst, angst, angst. Verraad. Massagraven. Dood. Anne Frank. The musical. In gedachten ga ik 25 jaar terug, toen ik in mijn militaire diensttijd de graven in het nabijgelegen Bergen-Belsen bezocht. Hetzelfde huiverige gevoel bekruipt mij even.
“En die mevrouw in de auto was óók boos”, dreunt hij als troef op tafel. En hij begint te neuriën: “Hij is boos, zij is boos, boos, lalalala”. Op zich demonstreerde mijn zoon vanmorgen misschien wel de essentie van de musical. Waarom spreken als je ook kan zingen. Waarom nadenken als je ook kan zingen. Waarom stilstaan bij trauma’s en ellende als je ook kan zingen. Fitna, the muscical. Aids, the musical. Feynenoord, the musical. Burkina Faso, the musical. Piet Hein Donner, the musical.
Hoewel, er zijn grenzen.
Maar goed, als oude chagrijn passen deze woorden niet, want we zijn blijkbaar een vrolijk volkje, van oudsher immer zingende kinderen niet uitgezonderd. Je kan geen televisie aanzetten of je wordt overspoeld met vrolijk gezang. In Holland, Popstars, Idols, The Voice, Zorro, wannabee zus en wannebee zo, weet ik veel hoe het allemaal heet, talent hoef je er niet voor te hebben, als je maar zingt.
Van zingende TV naar 12.000 zingende musicals per jaar. Geen zorgen voor de dag van morgen, we zingen de ellende weg met elkaar. Zingend in de klas, zingend een bekeuring uitschrijven, zingend inbreken, zingend crack dealen en zingende priesters met zingende slachtoffers. Mis Misbruik, the musical.
Klaterend applaus zal Anne Frank ten deel vallen. Met als extra dimensie een mooi commercieel succes. Waarderende gesprekjes in de warme foyer en ontegenzeggelijk een producent die gaat zeggen dat het allemaal goed bedoeld is ter bewustwording van het gehele Nederlandse volk.
“Hij liegt”, is de simpele conclusie.
20/10/2010. Naar aanleiding van een tweet van Esther Donkers – estherdonkers.nl
Mooi aan elkaar geregen, knap!
En ja, je wist het al, in de strekking van deze tekst kan ik me helemaal vinden.